Consultatiefunctie ggz voor het sociaal domein
Steeds meer mensen met psychische klachten doen een beroep op zorg en ondersteuning. Deze toename, in combinatie met schaarste aan personeel, zorgt voor hoge druk op de zorg- en sociale voorzieningen. In het Integraal Zorgakkoord zijn daarom afspraken gemaakt om de samenwerking tussen huisarts, sociaal domein en de geestelijke gezondheidszorg (ggz) te verbeteren.
Domeinoverstijgende consultatie
EĆ©n van de afspraken wil het voor professionals in het sociaal domein gemakkelijker maken om de ggz te consulteren met behulp van een nieuwe consultatiefunctie. Per 1 januari 2024 is het daarom mogelijk om binnen de Zvw de consultatie tussen het sociaal domein en de ggz te bekostigen.
Dankzij de domeinoverstijgende consultatiefunctie kunnen professionals in het sociaal domein de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding bieden aan cliƫnten. Hierdoor wordt zwaardere zorg voorkomen en ontstaan er minder verwijzingen naar de ggz.
Professionals werkzaam in het sociaal domein (de āvrager) kunnen nu professionals in de geneeskundige ggz (de ābevraagde partijā) om advies vragen (consulteren). Het kan onder meer gaan om diagnostische vragen, advies over verdere aanpak van begeleiding, advies ten aanzien van terugvalpreventie of hoe om te gaan met een cliĆ«nt in een bepaalde situatie.
Gebruiksvoorwaarden
Om gebruik te kunnen maken van de consultatiefunctie zijn er enkele voorwaarden van toepassing. Zo geldt de consultatiefunctie als de cliƫnt aan de volgende voorwaarden voldoet:
- De consultatie is te herleiden naar een individu. De consultatiefunctie is bijvoorbeeld niet bedoeld voor algemene kennisoverdracht of kennisbevordering van de professional in het sociaal domein. Kosten voor een dergelijke kennisoverdracht of kennisbevordering dienen door gemeenten gedragen te worden. De cliƫnt kan toestemming hebben gegeven aan de professional uit het sociaal domein om privacygevoelige gegevens te delen met de ggz-professional maar het kan ook zijn dat de cliƫnt de toestemming niet heeft gegeven. Dan vindt anonieme consultatie plaats waarbij de professional uit het sociaal domein zijn/haar vraag aan de professional uit de gespecialiseerde ggz voorlegt zonder de naam van de cliƫnt te noemen of anderszins herleidbare gegevens te delen.
- De client is 18 jaar of ouder. Onder de 18 jaar is de Jeugdwet van toepassing, waarbij de gemeente en ggz-aanbieders onderling afspraken maken over de financiering van consultatie.
- De client is niet (meer) in behandeling binnen de curatieve ggz. Als de cliƫnt wel in behandeling is in de curatieve ggz, kan de professional uit het sociaal domein een eventuele vraag stellen bij de (regie)behandelaar van de cliƫnt.
- Bemoeizorg valt niet onder de consultatiefunctie. Van bemoeizorg is sprake als een cliƫnt met een psychische stoornis geen enkele zorg wenst en hier dus ook niet om vraagt. Het doel van bemoeizorg is het toeleiden naar zorg van de cliƫnt. Bemoeizorg door de ggz wordt opgestart in opdracht van de gemeente als onderdeel van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) en wordt gefinancierd vanuit de Wmo.
Organisatie van de consultatiefunctie
Binnen een regio gaan enkele ggz aanbieders de consultatiefunctie organiseren. Zij sluiten hiervoor contracten met zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars vragen ggz-aanbieders om een plan te maken hoe de consultatiefunctie in de regio te organiseren. Het plan wordt door de zorgaanbieders afgestemd met de gemandateerde gemeente binnen de regio, zodat geborgd wordt dat het voorziet in de behoefte van het sociaal domein. Voorbeelden van hoe de consultatiefunctie ingericht kan worden, zijn:
- Telefonisch spreekuur
- Multidisciplinair overleg (MDO)
- Deelname aan wijktafels van het sociaal domein door de ggz
Iedere regio kan, afhankelijk van de behoefte, de consultatie zelf inrichten.
Meer informatie
- Meer informatie over de aanspraken binnen de Zvw vind je in het Standpunt Domeinoverstijgende consultatiefunctie GGZ op de website van het Zorginstituut Nederland.
- Meer informatie over de bekostiging van de consultatiefunctie vind je in de Beleidsregel Prestaties en tarieven geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit.
- Overige stukken over de consultatiefunctie zijn naar de Tweede Kamer gestuurd. Op de website van de Tweede Kamer vind je:
- De voorhangbrief domeinoverstijgende consultatiefunctie ggz
- De uitvoeringstoets Consultatiefunctie ggz voor sociaal domein
- De beslisnota bij de voorhangbrief
Vraag & antwoord
Hieronder tref je verschillende vragen over de consultatiefunctie. Klik op de vraag om het antwoord te zien.
Een professional in de bemoeizorg wil de GGZ consulteren over een persoon die zij in de casuĆÆstiek hebben. Deze persoon is nog niet in zorg. De consultatie is bedoeld om te helpen beoordelen of/hoe de cliĆ«nt laagdrempelig geholpen kan worden. Valt dit onder de consultatiefunctie?
Nee, dit is bemoeizorg. Bemoeizorg valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Als professionals in de bemoeizorg een ggzāaanbieder consulteren bij (het opstarten van) een bemoeizorgtraject, is het aan de gemeente om (financiĆ«le) afspraken te maken met de ggzāaanbieder over de vergoeding voor de inzet van de ggzāaanbieder. De inzet van de ggzāaanbieder mag bij bemoeizorg niet via de consultatiefunctie (en dus de Zorgverzekeringswet) worden vergoed.
Kunnen ervaringsdeskundigen ingezet worden om consultatie te verlenen en mag dat ook bekostigd worden vanuit de prestatie voor consultatiefunctie?
Op deze vraag kan geen eenduidig ja of nee antwoord gegeven worden. De ervaringsdeskundige is een beroep. Ervaringsdeskundigen werken zowel in het sociaal domein als de ggz. Het is binnen de regelgeving mogelijk dat ggzāaanbieders die de consultatiefunctie gaan uitvoeren, hiervoor ervaringsdeskundigen inzetten. De prestatie om de consultatiefunctie te bekostigen stelt geen eisen of beperkingen aan de beroepen die de consultatiefunctie uitvoeren.
Een beschermd wonen aanbieder zet soms een gedragswetenschapper in om de professional van de BWāaanbieder ondersteuning te bieden. Valt dit onder de consultatiefunctie?
Nee, deze casus valt niet onder de consultatiefunctie. In dit geval gaat het om deskundigheidsbevordering. Dit valt niet onder de consultatiefunctie. Deskundigheidsbevordering en opleiding bij Wmoāaanbieders moet betaald worden uit Wmoāmiddelen.
Hoe moeten ggz aanbieders de consultatiefunctie inrichten?
Er is geen landelijk voorgeschreven vorm hoe de consultatiefunctie ingericht moet worden. Omdat de consultatiefunctie sociaal domein een nieuwe vorm van zorg is, is de verwachting dat regioās in de praktijk nieuwe vormen gaan ontwikkelen. In de leidraad Consultatiefunctie ggz voor het sociaal domein staat in bijlage 2 onder het kopje contracteerproces meer informatie. De uitvoerder (ggzāaanbieder) declareert de ggzāprestatie bij een zorgverzekeraar. Dit is landelijk uniform.
Is de consultatie tussen de ggz professional en de professional uit het sociaal domein altijd anoniem?
Het kan anoniem zijn, maar dat hoeft niet. Als de betreffende cliĆ«nt toestemming geeft, mogen cliĆ«ntgegevens met de ggzāprofessional worden gedeeld. Bij het vragen van toestemming is belangrijk dat het een vrije keuze van de cliĆ«nt is.
Als gemeente hebben wij nu al contracten/financiƫle afspraken met ggz aanbieders voor consultatie. Moeten wij deze contracten opzeggen?
Nee, u bepaalt zelf of de financiĆ«le afspraak/contract met de ggz aanbieder wordt opgezegd. U kunt in deze overweging meenemen of de ggzāinstelling waarmee u al een financiĆ«le afspraak heeft, ook een contract zal afsluiten met zorgverzekeraars. Neem hiervoor alvast contact op met de zorgverzekeraar. Het kan zijn dat uw financiĆ«le afspraak/contract meer omvat dan alleen de consultatiefunctie.
Een zorgverlener in de jeugdzorg vermoedt ggz-problematiek bij een of beide ouders en wil de ggz consulteren. Wanneer komt deze consultatie ten laste van de Jeugdwet en wanneer ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw)?
Of er sprake is van zorg ten laste van de Jeugdwet, Zvw of Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) hangt af van de situatie van ouders en kind. Er zijn verschillende situaties:
Jeugdwet
- Alle inzet door een jeugdhulpprofessional gericht op jongere 18- (eventueel 18-23, verlengde jeugdzorg) wordt vergoed vanuit de Jeugdwet.
- De inzet die nodig is om ouders te ondersteunen of te helpen op het gebied van opgroei- en opvoedingsvraagstukken van hun (pleeg)kinderen valt ook onder de Jeugdwet.
- De inzet gericht op de veiligheid van het kind ā bijvoorbeeld om een kind uit huis te kunnen plaatsen ā valt eveneens onder de Jeugdwet.
Zorgverzekeringwet
- Als de jeugdhulpprofessional vermoedt dat er (onbehandelde) ggz-problematiek is bij de ouder(s) of voogd en behandeling (mogelijk) noodzakelijk is, dan kan de ouder of voogd doorverwezen worden naar de huisarts of ggz. Deze zorg valt onder de Zvw.
- Met de consultatiefunctie kan de jeugdhulpprofessional advies inwinnen bij de ggz. Bijvoorbeeld om duidelijk te krijgen of een verwijzing van de ouder/voogd naar de ggz nodig is of hoe om te gaan met de ouder of voorgd met psychische problematiek. De consultatie tussen de jeugdprofessional en de ggz-professional gaat over de problematiek bij de ouder of voogd en niet over het kind. Het advies van de ggz-professional is primair gericht op de volwassene in het gezin. De context van het gezin wordt daarbij meegenomen. Deze zorg valt onder de Zvw.
Wet maatschappelijke ondersteuning
Als sprake is van zorgmijding kan bemoeizorg worden ingeschakeld om de ouder of voogd te verleiden om in zorg te gaan. Bemoeizorg wordt vergoed vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Ook eventuele consultatie van de ggz omdat bemoeizorg wordt overwogen valt onder de Wmo.